Turkije onder water: een kwestie van tijd nemen
Hij was duidelijk verstoord, de langoustine. Het winterseizoen was voorbij en daarmee ook de rustige maanden. Zijn hol van stenen zou niet meer voldoen - de eerste duikers hadden zich al gemeld, mét fototoestel. En hoe dichterbij dat gekke ding kwam, hoe harder hij met zijn voelsprieten duwde, maar het scheen niet veel uit te halen. Ga weg, je heb toch wel vaker een langoustine gezien! Nu was hij het zat. Met een vaart kwam hij zijn hol uit, deed een schijnaanval naar de duikers (had hij nu maar van die grote scharen gehad...) en verdween achteruit in een ander gat. Gelukkig, ze geven het op, die twee. Maar je kan er op wachten dat er binnenkort tien anderen komen. Het water is al warmer aan het worden.We zweefden verder over het landschap dat deed denken aan kruiend ijs. De grondlaag was in de loop der tijd ineen gedrukt en platen aarde waren over elkaar heen geschoven, zodat overal holletjes waren ontstaan waar wat in te zien was. Weer heel anders dan die stijle wand aan de andere kant van Black Island, of die bergvormige riffen, iets verder uit de kust van Bodrum. We hadden ons laten vertellen dat het niet veel bijzonders was, hier in Turkije, maar tot dusver had elke duik nog zijn charmes gehad. Die grote scholen visjes op vijf meter diepte alleen al. Als je goed uitgetrimd in het water bleef hangen, met hooguit wat corrigerende vinbewegingen, kwamen ze om je heen zwemmen alsof je erbij hoorde. En die vuurrode zeesterren. Die vroegen er bijna om om opgegeten te worden. Door ander onderwatervolk dan wel te verstaan, bij de duiker zouden ze waarschijnlijk niet zo goed vallen.
Tijdens de eerste duik op het grote rif was het al raak. Cor en ik werden verliefd. Op een heel klein blauw naaktslakje. Of eigenlijk waren dat er twee, maar dat zagen we pas later, want ze zaten heel knus tegen elkaar aan op een blaadje wier. De diertjes, met een slank borstelachtig lichaam, waren hooguit anderhalve centimeter groot. Met het licht van onze lampen erop ontdekten we dat het opvallende korenbloemblauw nog een lila zweem over zich had. Eén van het stel - ik had het gevoel dat dat het vrouwtje moest zijn - bewoog zich langzaam naar de rand van het blaadje. Ze strekte haar bovenlichaam, dat even in het vrije water bleef zweven, en maakte een elegante overstap naar het volgende blaadje. Een paar centimeter daar vandaan ontwaarden we nog een heel ielig kronkeltje van dezelfde blauwe kleur. Zouden ze kinderen hebben?
Toen we weer boven kwamen, hadden de jongens van de boot al een maaltijd voor ons gemaakt van rijst, salade en Turkse yoghurt. Yunus, kapitein en eigenaar van de duikschool, vroeg of we nog langoestines gezien hadden. We aarzelden om de waarheid te vertellen. Die beesten brengen natuurlijk geld op bij de visrestaurants. Yunus las blijkbaar onze gedachten en vertelde ons dat hij ze alleen maar ving met zijn camera. Hij fotografeerde en filmde veel onder water, had zelfs materiaal verkocht aan de Turkse televisie. We mochten bij hem thuis wel eens wat plaatjes komen zien, als we interesse hadden.
Over gastvrijheid hadden we ook al niet te klagen. We kregen olijven uit de boomgaard van de buurman bij ons ontbijt, tijdens een pizza laat op de avond hadden we een politieke discussie met de restauranteigenaar, met bier van het huis, en als we ‘s avonds nog eens langs ‘onze’ boot liepen, werden we altijd gewenkt voor nog een drankje en een babbeltje.
Gedurende de laatste duik, een nachtduik, hebben we niks gezien wat we nog niet eerder ontmoet hadden. Behalve dan die baby-octopus, in een fractie van een seconde voordat het na een driftig inktwolkje uit het licht van mijn lamp verdween. Maar het was een leuke afsluiter van de vakantie. We vertrokken met het besluit om nog eens terug te komen. Misschien dan aan het eind van het seizoen, om te zien wat de zon met het Turkse onderwaterleven heeft gedaan. En waarschijnlijk om het leven boven water ook wat beter te leren kennen. We hebben weer ervaren dat het de moeite loont om stil te blijven hangen bij de dingen waar je anders te snel aan voorbij zwemt.
1998