Menu:

Laatste nieuws:

Sterre
jul 11, 2007
Onze dochter Sterre is geboren op 2 juli!
[More]

Artikel Aland online
jun 29, 2007
Artikel van onze vakantie naar Aland is online!
[More]

Pagina Marokko-reis
apr 4, 2007
Een pagina over de tocht in de woestijn toegevoegd met foto's en geluidsfragment van de muzikanten.
[More]

Nummer driehonderd-en-één


Mooie ronde getallen zijn om naar toe te leven. De aanvang van het jaar tweeduizend. Mijn dertigste verjaardag een aantal maanden later. En nu onlangs mijn driehonderdste duik. Maar kort nadat je zo'n mijlpaal hebt bereikt, is het eigenlijk niet anders dan anders, en blijf je achter met zo'n gevoel alsof je nog op het hoogtepunt wacht terwijl je weet dat het al voorbij is. Gelukkig ben ik er ook een die net zo geniet van het voor- en naspel en was ik meer bezig met het feit dat ik ging wrakduiken op de Noordzee dan dat ik het laatste blaadje in mijn eerste logboek zou volschrijven.

Jesca en CorNet een lange, volle week achter de rug en dan moet je alweer zo onchristelijk vroeg opstaan. Maar goed, ik was dat ongenoegen al helemaal vergeten toen we de havens van IJmuiden bereikten en de lucht afspeurden op zoek naar het rode kraaiennest van de Fogo Isle. De adrenaline diende zich direct weer aan. Wrakduik nummer vier en vijf stonden voor mij op het programma, hoe ervaren is ervaren… Gelukkig had ik mijn vriend en vertrouwde buddy Cor bij me. Auto zo dicht mogelijk bij het schip zetten, het dek afzoeken naar bekende gezichten en dan gauw de duikflessen, tassen en loodgordels overladen. We hebben pas rust als deze fase is afgerond.

Fogo in de golvenBekenden waren er volop deze keer. De vaste Fogo-crew hebben we inmiddels al redelijk leren kennen. Een handjevol clubleden van Cor was ook aan boord, want met hen hebben we deze dag afgesproken. En dan was er nog het groepje jongens waarvan we (op één na) niet de gezichten maar wel de namen kenden via een internetnieuwsgroep over technisch duiken. Straks gaan we hun mooie glimmend zwarte Halcyon-spulletjes bewonderen, eerst koffie en ontbijt regelen en onderweg de rest van de aanwezigen nieuwsgierig bekijken. Vijf andere vrouwen telde ik. Dat is toch wel zo'n tien procent.

Peter geeft een briefingTerwijl we de locatie van het eerste wrak naderden, kregen we een uitgebreide briefing van wat ons te wachten stond en wat er van ons verwacht werd. Daarop zorgde ik dat Cor en ik als een van de eerste buddyparen op de lijst kwamen te staan, zodat we nog zoveel mogelijk profijt zouden hebben van de kentering. Het schip ankerde iets te laat op het wrak, wat inhield dat de laatste duikers met de opkomende stroming te maken kregen. Ik vermijd dat liever, ik geef toe dat ik niet zo'n 'Noordzeetijger' ben.

De Vinca Gorthon is een 'roll-on roll-off' schip dat voertuigen van de ene naar de andere kust bracht. Ruim dertig jaar geleden is daarbij iets niet volgens plan gegaan, waardoor het nu dertig meter diep op de zeebodem ligt. Met een open laadklep en nog wat vrachtwagens in haar binnenste. Op de kiel, waarvandaan lange rechte wanden oprezen.

Cor wachtte volgens afspraak op vijf meter diepte, langs de afdaallijn, totdat ik hem zou volgen. Dacht ik. Toen ik hem daar niet zag, gingen mijn hersenen overuren draaien. Ik had een bonk gehoord, was hij door stroming of golven tegen het schip aangeknald en bewusteloos geraakt? Of was hij toch iets verder afgezakt? Moet ik dieper gaan of terug naar boven? Ondertussen ontmoette ik een eenzame duiker aan de lijn, die gebarend vroeg of we een buddytrio konden vormen. 'Nee,' schudde ik, 'daar begin ik niet aan. Ik heb genoeg aan mezelf.' Dat laatste begreep hij niet, maar dat was mijn zorg niet. Ik ging toch maar terug naar de oppervlakte. Maar voordat ik daar kwam, zag ik Cor al op me afkomen. Gelukkig, alles okay, naar beneden dan maar.

Het touw hing slap, het duurde even voordat we het wrak bereikten en de laatste meters legden we zelfs over de zandbodem af. Omdat ik de lijn angstvallig in de gaten hield, zag ik de scheepswand pas toen ik er bijna tegenaan zwom. Daar is het anker. En daar zijn de gidslijnen die voor ons zijn uitgehaspeld. Rechtsaf gingen we. Langs de bloemkolen van anjelieren, joekels van zwemkrabben en schoonheden van zeedahlia's. Langs een boegschroef waarvan het gat ons een blik naar de andere kant van de zee gunde. Toen kwamen we bij de punt. Meer was er niet. De laadklep zat aan de andere kant van het wrak. Dezelfde weg terug dan? Okay! Maar dat ging een beetje te makkelijk. Het was inmiddels gaan stromen en als we niet uitkeken zouden we tegen de stroming in het anker moeten terugvinden. En dat terwijl die enorme wand letterlijk geen enkel houvast bood om eventueel op armspierkracht de ankerlijn van de Fogo te bereiken. noordzeekrab Ik vond dat ik met deze onderneming al voldoende risico's had genomen en verzocht Cor weer rustig aan met mij de terugtocht te aanvaarden. Weer dat stuk langs de zandbodem omdat ze daarboven de lijn nog steeds niet hadden aangehaald. Maar daar ontmoetten we toch nog een enorme noordzeekrab, die daar lekker half ingegraven zijn gewoonlijke dutje lag te doen. Ik snap niet hoe die dieren zo groot kunnen worden, aangezien ze altijd lijken te liggen niksen.

Eenmaal goed en wel de trap opgeklauterd en weer droog aan dek, mochten de ademautomaat uit de mond en de set af. Cor kon vertellen hoe hij bij het te water gaan een andere duiker had moeten ontwijken en de eerste de beste lijn had gepakt die hij tegen kwam. Dat bleek niet de afdaallijn te zijn, maar de decompressieset. Vandaar dat hij wat later was. Het stelde me op de een of andere manier gerust te horen dat zelfs de tech-duiker met de meeste brevetten niet het wrak was ingegaan. En de eenzame duiker, wiens oorspronkelijke maatje bij het te water gaan zijn loodgordel was verloren, had een ander buddypaar gevonden om mee mee te zwemmen. Cor had inmiddels bij een paar andere duikers zijn verhaal gedaan van de krab in het zand waarvan hij mooie foto's had kunnen nemen. Waarop er één vroeg, zei Cor, of hij er niet nog wat foto's van wilde maken… "Hij heeft hem mee naar boven genomen." Daar viel mij even de bek van open. "Meen je dat?" Nu ik dit opschrijf, spijt het me dat ik die figuur niet onmiddellijk heb opgezocht om hem te bevelen het beest, dood of levend, terug in het water te gooien. Er zijn van die wrakduikers voor wie het een sport is elke duik wat mee naar boven te halen, een porseleinen bord, een jeneverkruik, een patrijspoort misschien zelfs. zeedahlia Daar maak ik me niet druk om, voor die vissen is het waarschijnlijk nog leuker om door het gat te zwemmen dat de losgehakte patrijspoort heeft achtergelaten. Maar er blijken dus van die kloothommels te zijn die, uit frustratie dat er niks anders te halen valt, het leven mee naar boven nemen. Niet te geloven.

Ik was op dat moment echter snel afgeleid door alles wat om me heen gebeurde. De begeleiders die als laatsten te water waren gegaan om de gidslijnen weer op te halen waren inmiddels, uitgeput door het gevecht tegen de stroming, weer aan boord geklommen. Niet lang daarna voeren we al naar het volgende wrak en Cor en ik begaven ons naar de kantine om gehoor te geven aan rommelende magen.

De golven leken af te nemen en van over de railing werd commentaar gegeven op het te verwachten zicht. Ook dat leek beter te zijn. De kapitein zag kans om tijdig te ankeren op de Leliegracht. We trokken de natte en droge pakken weer aan en op afroep sprong het ene na het andere buddypaar weer overboord.

De duikomstandigheden waren ideaal. Het zicht was zo goed dat we vrijelijk over het wrak rond konden zwemmen. Een school fikse steenbolken hield ons gezelschap en de kabeljauwen mengden zich daartussen. Cor vermaakte zich met zijn fotocamera. Ondertussen bevrijdde ik een solowrakduiker van een vislijn (wat hem ongetwijfeld zelf ook wel was gelukt) en een andere duiker van de gidslijn die aan zijn kraan was blijven hangen. vissende netten Een steenbolk die in een verloren visnet was gezwommen was minder fortuinlijk. Ik probeerde de spartelende vis los te maken door mijn mes voorzichtig tussen zijn flank en het net te wurmen. Maar het lukte me niet het touw door te snijden zonder de vis te verwonden, dus het einde van zijn leven naderde onherroepelijk. Jammer. Maar de krabben zullen er wel raad mee weten straks.

We verkenden het fraai begroeide schip verder totdat de meters aangaven dat we voor onze eigen veiligheid weer naar boven moesten. Vlak onder ons eigen schip aan de oppervlakte bleven we nog even hangen om wat stikstof kwijt te raken. Cor wees me enthousiast op een school minivisjes vlak boven ons. Altijd gedacht dat dat kleine spul niet voorkwam zo ver van de kust. Nadat we nog even voor de ervaring van de ene decompressieset naar de andere waren gezwommen, was het toch weer tijd om de zee van boven te bekijken.

Na het hele omkleed- en afbouwritueel werden enthousiast alle ervaringen uitgewisseld en werd een grote aanslag gepleegd op de biervoorraad. Nu mocht het. Onze clubgenoot die na een paar pogingen voor het eerst een wrakduik had afgemaakt zonder allesoverheersende angstvisioenen, had zeker reden tot vieren. Ik trok me heel even terug in een hoekje aan een tafel met mijn twee logboeken om te schrijven en te stempelen. Duik nummer driehonderd en driehonderd-en-één. Deze hele dag was weer een hoogtepunt. Ik ga geen honderd duiken wachten voordat ik er nog één ga meemaken, heb ik me voorgenomen. Maar nu eerst logboeken in de tas, terug naar het bier en de stoere verhalen.


[Duikdag 24-09-00]