Menu:

Het volgende artikel is gepubliceerd in Onderwatersport (september 1998):

Onderwaterbiologen doen het zorgvuldiger

Net als bij elke rechtgeaarde NOB-vereniging draait het bij de leden van de Biologische Werkgroep ook om de gezelligheid tijdens de zes weekenden per jaar die ze bij elkaar komen. Ze babbelen net zo goed over auto's en over de kinderen onder het genot van een drankje. Maar zodra je iets vraagt over slakjes of wieren, zitten sommigen direct weer op hun biologische praatstoel. Hoe onderlegd in de plant- en dierkunde moet je zijn om lid te worden van deze club, wat doen ze en wat is er nou zo leuk aan.

Het project van het weekend in juni is een duik bij de reservepijler in de werkhaven van de Neeltje Jans. Een unieke gelegenheid om eens ergens te duiken waar anders geen sportduiker komt. Ik vraag Marion Bilius, werkzaam bij Staatsbosbeheer en voorzitter van de Biologische Werkgroep (BW), of ze verwacht hier iets bijzonders aan te treffen. Zij antwoordt ontkennend. Het blijkt geen spannende expeditie te zijn. 'We zijn met name heel nieuwsgierig. Het is een bijzondere locatie omdat hier normaal gesproken niet op gedoken mag worden en we willen wel eens weten hoe het er onder water uitziet. Daarvoor hebben we op verzoek toestemming gekregen van de gemeente Zeeland.'
Het wachten is op de man met de sleutel die ons toegang gaat geven tot de werkhaven die inmiddels is omgebouwd tot recreatiepark. Even later staan we met veertien duikers aan de waterkant. De lijtjes en verzamelpotjes worden uitgedeeld. Elk buddypaar krijgt opdracht een van de zijden van de pijler te onderzoeken. 'Onthoud wat je gezien hebt, en kom je iets tegen dat je nog niet kent, neem er dan wat van mee zodat we het later kunnen determineren.'
Terwijl we op ons doel af snorkelen, zien we hoe een bootje groepen mensen af en aan voert. Het gevaarte, oorspronkelijk bedoeld als brugpijler, kon niet werkloos blijven staan in de werkhaven van Neeltje Jans. Ze hebben er een klimwand van gemaakt. Als aapjes hangen de helden in netten en touwen boven ons hoofd. Wij maken ons ondertussen klaar voor onze eigen afdaling.

Verzamelpotjes

De begroeiing is op het eerste gezicht niet bijzonder. Ik kijk nieuwsgierig naar de dingen waar Marion haar licht op laat schijnen. Stukje bij beetje werkt ze zorgvuldig de linkerflank van de pijler af die op 8 meter diepte in een modderbodem verdwijnt. Zo nu en dan draait ze haar potje open om er iets in te stoppen. Ook daarvoor heeft de werkgroep een bijzondere vergunning gekregen. Ik begrijp niet goed wat zij precies ziet, maar ik doe mijn best om door haar ogen te kijken. En al doemen er nog geen ingewikkelde Latijnse namen in mijn hoofd op, ineens valt me op hoeveel verschillende soorten anemoontjes er tussen het wier groeien. En die krab met die donkere tekening op zijn poten heb ik ook nog nooit eerder opgemerkt. Straks eens vragen...
Terug bij het kamphuis in Burgh-Haamstede wordt de microscoop opgesteld en krijgt iedereen een inventarisatielijst in handen. Het invullen van de lijsten is een serieus moment van de dag. De verzamelpotjes en diverse naslagwerken worden erbij gehaald. 'Heeft iemand het darmwier gezien? O ja, de blauwe haarkwal heb ik ook gezien.' De namen vliegen over tafel en als we onderaan de lijst zijn, staan er bijna zestig soorten aangekruist. 'Die gegevens neem ik later over in de computer, en ik stuur ze naar Rijkswaterstaat,' verklaart Marion. 'Als we hier in het najaar nog eens duiken, of over een jaar, kunnen we onze waarnemingen eenvoudig vergelijken. Zo zie je wat de seizoenen met het onderwaterleven doen, maar ook of er in de loop der jaren wat verandert in de soortenrijkdom bijvoorbeeld. Rijkswaterstaat doet op het moment nog niet veel met onze gegevens. Maar het kan nog eens van pas komen. De metingen die de BW voor en na het afsluiten van de Grevelingen (in 1976) heeft verricht waren heel zinvol. Doordat we hebben aangetoond dat heel veel leven verdween, heeft Rijkswaterstaat besloten de Oosterschelde niet helemaal af te sluiten. Het is nu zelfs beschermd natuurgebied.'

Protest

Sinds een paar jaar doet de BW ongeveer eens per jaar ook brakwateronderzoek voor de Zeeuwse Waterschappen. Een van die onderzoeken vond plaats in 1993 in het natuurreservaat Rammekenskreek. Men had opgemerkt dat het leven in dat gebied verarmde: watervogels kwamen nog maar in kleine aantallen voor en van de verschillende vissoorten was hoofdzakelijk de paling overgebleven. Toen een paar duikers van de BW op uitnodiging een inspectie verrichtten, ontdekten zij de oorzaak. De plaats waar normaal gesproken water in en uit kon stromen, was geblokkeerd door een rif van electra crustulenta, oftewel palingbrood. Hierdoor werd het onderwaterleven in het achterliggende gedeelte verstikt, wat weer zijn weerslag had op de natuur boven water.
De waterschappen waren zo enthousiast over de resultaten van dit project, dat de BW op een gegeven moment vier opdrachten in één jaar kreeg. Maar toen kwam er protest vanuit de groep. 'Dit soort onderzoeken is ook niet onze hoofddoelstelling,' aldus Joop Verkuil, projectmanager in het dagelijks leven. 'Wat wij belangrijk vinden, is dat de kennis over het onderwaterleven in stand wordt gehouden. En je geeft jezelf zo een doel tijdens het duiken. Het plezier van het kijken en herkennen is eigenlijk wel het voornaamste. Vergelijk het eens met een wandeling door het bos: sommigen gaan er een lekker stukje joggen, anderen genieten van de rust, de kleuren en de geuren. Maar je hebt ook mensen die kijken welke plant er onder welke boom staat en tillen eens een tak op om te zien wat daar weer onder zit. Zo heb je ook verschillende typen duikers. Wij behoren tot de laatste soort en we proberen bovendien belangstellenden onze manier van kijken bij te brengen.'
Een blik door de microscoop verklaart al een boel. De schijnbaar onbeduidende grasjes blijken ineens uiteenlopende structuren en kleurpatronen te hebben. Op een plukje groenwier zie ik een spookkreeftje dat ik met het blote oog nog niet ontdekt had. En een ander plantje heeft minuskule kelkjes op de uiteinden, die had de meest geleerde bioloog onder de aanwezigen zelfs nog niet eerder gezien. Bij het raadplegen van enige naslagwerken blijkt het hoorntjeswier te zijn. 'Je hoeft natuurlijk niet alles onder de microscoop te leggen om het te kunnen waarderen,' zegt Joop. 'Het is al leuk als je wat namen weet te noemen of gaat herkennen welke soorten vaak bij elkaar in een leefgebied voorkomen. En hoe meer je weet, hoe meer je ook gaat zien, en dat maakt het steeds interessanter.'
'Daarvoor hoef je echt geen biologische achtergrond te hebben', weet Dick Schravemade te vertellen. 'Zelf ben ik gepensioneerd zeeman. We hebben hier verder van alles rondlopen: een jurist, een slager, een reclasseringsambtenaar. De belangrijkste voorwaarde is dat je je getijdewatermodule hebt gehaald en dat je goed kunt trimmen.'

Wetenschapsprijs

Dick is samen met zijn vrouw lid geworden van de BW nadat ze de cursus Onderwaterbiologie hadden gevolgd. Deze cursus is, afgezien van het duiken, overigens maar een van de vele activiteiten die de BW onderneemt. Zo worden er excursies georganiseerd naar diverse dierentuinen en, in samenwerking met Natuurmonumenten en Zeeuws Landschap, natuurwandelingen langs de kust. De werkgroep verzorgt de organismen in het aquarium van het Zeeuws Biologisch Museum. En waar de meeste duikers in Zeeland al notie van hebben genomen, is het bordenproject. Tijdens dit project heeft een aantal leden van de BW de informatie geleverd voor de borden die bij diverse duikstekken in Zeeland te vinden zijn. De gezelligheidsclub die de werkgroep jaren geleden dreigde te worden kan hierdoor met recht de ambassadeur van het onderwatermilieu genoemd worden. Het heeft ze bovendien in december 1997 de Wetenschapsprijs van de NOB opgeleverd. Deze prijs wordt uitgereikt aan die duikers die het meest presteren in onderzoek, publiciteit, voorlichting en onderwijs op het gebied van hun specialiteit binnen het sportduiken.
Na afscheid te hebben genomen van alle mensen die van de kleine dingen iets groots weten te maken, laat ik tijdens de terugreis naar het noorden alles in gedachten de revue nog eens passeren. Het was een leerzaam, maar vooral gezellig weekend dat mijn nieuwsgierigheid naar het onderwaterleven heeft versterkt. Bij mijn volgende duik zal ik eens een extra blaadje optillen om te zien wat daar onder zit.


Voor de duiker die iets meer wil weten over het hoe en wat van de onderwaterbiologie, maar niet de uitgebreide cursus wil doen, is er nieuws. De BW is bezig een specialty te maken. Die zal eind van dit jaar klaar zijn. De specialty wordt minder diepgaand dan de cursus, omdat ook niet-biologen hem moeten kunnen geven en de duiker hem in twee dagen tijd zal kunnen afronden. De specialty telt echter niet mee voor het behalen van het vierstersbrevet. Wie interesse heeft voor de hele cursus of graag iets meer wil weten over de werkgroep, kan contact opnemen met de voorzitter van de werkgroep Marion Bilius, via de NOB