Wijs worden door schade en schande
een interview met Bram de Voogd
In de rubriek 'onderwaterfotografie' staat deze keer de clubfotograaf centraal. Bram de Voogd, die al sinds 1972 lid is van Calypso en nog steeds actief is bij de vereniging, vertelt over zijn pionierservaringen en geeft tips aan de beginnende onderwaterfotograaf
door: Jesca
Ik ben zo'n vijfentwintig jaar geleden begonnen met fotograferen. De aanleiding was het boek Zakboek voor de onderwaterfotograaf, dat ik kreeg van de auteur Jan van Meer, een vriend en oud-clubgenoot. Hij heeft daar nog een heel aardige opdracht in geschreven: "Aan onze nestor Bram de Voogd, een van de aardigste sportduikers die wij kennen." Dat was wat veel eer, maar ik heb er veel aan gehad.
Mijn eerste camera was een Aquamatic, zo'n knalgeel boxje van kunststof met een voorzetlensje, waar je een los flitsblokje op moest zetten. De resultaten waren in het begin erg teleurstellend. Je kon er de afstanden niet mee regelen. En doordat het flitsertje bovenop de camera zat, werd het licht door al het zweefvuil dat we in de Oosterschelde hebben direct in de lens teruggekaatst. Duur was het ook, want dat flitsblokje ging maar vier foto's mee. Een vriend van mij heeft op een gegeven moment een stalen plaatje gemaakt waar dat boxje op gemonteerd kon worden. Met staafjes (onderdelen van een hengel) die we er op monteerden, kon ik toch wat afstanden bepalen. Dat je een afstand van 26 cm nodig had, wist ik toen niet. Ik heb door steeds maar te proberen proefondervindelijk uitgezocht wat de beste resultaten opleverde. Staafjes verstellen, instellingen noteren, en dan afwachten wat de resultaten waren. Het heeft zeker een jaar geduurd voordat er iets begon te lukken.
Ik heb de Aquamatic nog steeds, maar ik ben na een paar jaar wel overgestapt naar de Nikonos, omdat je daar betere resultaten mee kon bereiken. Ik wist ook pas later dat je vanaf de zijkant moest flitsen om het terugreflecteren te voorkomen. Bij de Nikonos was dat probleem opgelost, want die had een flitser op een arm. Toch heb ik met die camera in het begin ook veel problemen gehad met het bepalen van de afstanden. Bij die oude versie moest je die van tevoren instellen door een bepaalde maat tussenring tussen lens en camera te plaatsen. De afstandstaafjes die je vσσr de lens monteert, kwamen pas met een latere versie van de Nikonos.
Ik ben echt door schade en schande wijs geworden. Er waren toen ook nog niet zo veel mensen die je om advies kon vragen. Van Jan van Meer heb ik veel geleerd op fototechnisch gebied. Kees Noomen, toen ook lid van Calypso, heeft me veel over biologie bijgebracht, van hem leerde ik waar en in welk periode ik wat voor dieren kon vinden.
Aanvankelijk had ik geen doel met fotograferen. Later wel, toen ben ik me gaan toeleggen op het verzamelen van opnamen van allerlei anemonen in zoveel mogelijk kleuren. Daar heb ik onlangs nog een dialezing over gegeven, met een verhaal over de voortplanting. Brokkelsterren zijn ook een favoriet onderwerp, die kun je selecteren op de kleur van het hart.
Wat mijn mooiste plaat is? Daar moet ik heel erg over nadenken. De laatste die ik erg geslaagd vind, is van een longkwal. Ik heb ook een heel mooie dia van een zeester met een mossel en een weduweroos, die is bijzonder door zijn compositie en kleurcontrasten, het rood van de ster en het zwart van de mossel en het wit van de tentakels van de anemoon.
Er zijn stelregels die ik als onderwaterfotograaf overtreed. Ik duik bijvoorbeeld bijna nooit met een buddy, als ik met een buddy duik, is dat met de pinksterdagen. Dat is omdat ik in mijn eentje veel rustiger kan fotograferen. Ook is het lastig organiseren als je niet een duikende partner heb. Ik heb een huisje in Zeeland waar ik regelmatig naartoe ga, en besluit ter plekke of ik een duik ga maken. Als je met een buddy wil duiken, moet je dat altijd van tevoren afspreken, en dat gaat niet altijd. Gelukkig heb ik een buddy ook nooit gemist, als ik wel eens problemen heb gehad, kwam dat juist door die buddy. Maar dat wil ik wel 'afkloppen'.
Met een andere regel die onderwaterfotografen wel eens naast zich neerleggen, ben ik het wel eens. Fotografen brengen wel eens iets 'in positie' voor de foto, dat doe ik niet. Of, nou ja, ik heb wel eens een keer een noordzeekrab uit zijn holletje gehaald en ergens neergezet. Maar meestal kijk ik gewoon goed rond en als ik dan een mooie compositie zie, fotografeer ik die zoals het is.
Als ik de beginnende fotograaf een tip moet geven, zou ik zeggen: koop pas een camera als je zeker weet dat je er goede foto's mee kunt maken. Informeer bij iemand die met dat materiaal werkt, maar vraag ook of je zijn foto's mag zien. Want iemand kan wel zoveel mooie verhalen vertellen. Ik had recent bijna een camera met een onderwaterhuis gekocht, maar toen ik toch nog eens verder ben gaan vragen, bleek dat een type van dertig jaar geleden te zijn. Was ik er bijna ingestonken. Maar je moet natuurlijk ook wel talent hebben om te fotograferen. De ene man ziet niks, en de ander heeft daar wel oog voor. Instinct voor afstanden en belichting is ook belangrijk. En de voornaamste tip: neem de tijd. Om een goede foto te kunnen maken, moet je soms lang wachten.