Menu:

Laatste nieuws:

Sterre
jul 11, 2007
Onze dochter Sterre is geboren op 2 juli!
[More]

Artikel Aland online
jun 29, 2007
Artikel van onze vakantie naar Aland is online!
[More]

Pagina Marokko-reis
apr 4, 2007
Een pagina over de tocht in de woestijn toegevoegd met foto's en geluidsfragment van de muzikanten.
[More]

Zout op mijn huid, zand in mijn haar

Ondergaande zon in de woestijnEen eindeloos landschap van zand trekt aan ons voorbij, heuvels worden bergen en bergen worden weer heuvels. Struiken die de naam eigenlijk niet mogen hebben en zo nu en dan een kameel die een beetje staat weg te dromen brengen wat afwisseling in de vergezichten. De ondergaande zon geeft de woestijn een oranjeroze gloed. Over enkele uren zet de chauffeur van Red Sea Diving Safari ons af bij het vliegveld, we zijn weer op weg naar huis. Ik wil nog geen afscheid nemen van de afgelopen twee weken en probeer aan de hand van mijn logboek alle duiken die ik heb gemaakt nog eens voor me te halen.

Tentenkamp van de Red Sea Diving SafariVijftien dagen geleden reden we deze weg ook, met rechts woestijn en links de kustlijn van de Rode Zee. De charme van deze combinatie wordt door steeds meer mensen ontdekt en talloze hotelcomplexen worden uit de grond gestampt, het merendeel nu nog niet meer dan veelbelovende betonnen geraamtes. We doen ons best zoveel mogelijk de andere kant uit te kijken. Mijn vriend Cor en ik, en onze vriend Menno, zijn op weg naar ons canvas verblijf in een van de tentenkampen van Red Sea Diving Safari. Slapen in een tent, wassen met water uit een grote ton, en verder alleen maar duiken, eten en luieren. Een betere manier van onthaasten is er bijna niet. Als we om half vier 's nachts in het kamp aankomen, krijgen we nog een volledige maaltijd geserveerd. De slaapplaatsen worden toegewezen, nog even wat huisregels en dan snel het mandje in, de zon zal ons morgen weer vroeg wekken.

Om zeven uur 's ochtends wakker worden met de zon in je gezicht en in je oren het geluid van brekende golven is een luxe. Vooral als je je realiseert dat je na het ontbijt alleen maar een goedgevulde duikfles van de stapel hoeft te trekken en je spullen hoeft om te hangen om een paar meter verder (en dieper) al van het kleurrijke koraalrif te kunnen genieten.

Tandbaars1e duik, Marsa Nakari (huisrif), 19 meter, 60 minuten (230e duik in het logboek)
Het duurt even voordat de duik daadwerkelijk kan beginnen, want Menno blijkt niet genoeg lood te hebben. Het water is zouter dan thuis en de aluminium 12-literfles vraagt ook om compensatie. Maar als we eenmaal gaan, worden we gelijk verrast door het leven op de zandbodem. 'Grazende' barbelen woelen het zand op. Daartussen kruipt een vijftal zwarte naaktslakjes met felblauwe stippen. Klein, maar sierlijk en onverstoorbaar. We laten ons leiden door al het moois dat we zien: de wonderbaarlijk geometrische structuren van de hardkoralen, de naar voedsel grijpende 'handjes' van zachte koralen. Scholen zwartwitte sergeantvisjes, een koppeltje citroenvlindervissen. Het water is zo helder dat het voor mijn gevoel weinig meer met duiken te maken heeft. Ik zweef. Blaas mijn longen leeg om het rif een meter lager van dichtbij te kunnen bestuderen. Laat me met een nauwelijks merkbare vinslag weer de ruimte in drijven. Een tandbaars van ruim een halve meter schiet met evenveel gemak onder me vandaan, terwijl een tonrond puffervisje zijn naar verhouding veel te kleine vinnetjes razendsnel beweegt om niet naar beneden te vallen. Als dit geen vakantie is...

7e duik, Sabaghay (truckdive), 20 meter, 55 minuten
De truck die ons naar verschillende duikstekken bracht Het lawaai van de wind tijdens de rit in de open truck naar deze stek buldert nog na in mijn oren. We zijn volgens de aanwijzingen van gids Ahmed van het randje van het rif in het water gesprongen en trekken de vinnen aan om ons dan rechtstandig naar beneden te laten zakken. Als duidelijk is dat de hele groep er klaar voor is, gaat Ahmed voor en wij volgen. Dit wordt weer een hele 'easy dive'. Achteraf gezien wel een duik om nog even bij stil te staan. De gids had het al verteld tijdens de briefing: 'This spot is infected by crowns of thorns.' De eerste komen we tegen op het zand. Een achtpotige zeester met ontelbare stekels op zijn lichaam. Ahmed steekt voorzichtig zijn mes onder het dier om het om te keren en we zien hoe het zich daarop tot een bal vormt en een paar meter van ons weg rolt. Op het rif komen we steeds meer van die doornkronen tegen. Prachtig gekleurd maar vernietigend. Ze verstikken het koraal en vermenigvuldigen zich snel. Over een paar jaar zal dit hele stuk rif dood zijn. De enige echte vijand van de doornkroon is de tritonslak, die de ster ondanks zijn giftige stekels als maal verorbert. Maar de tritonslak is inmiddels vrij zeldzaam geworden doordat zijn mooie hoornschelp het zo goed doet als souvenir.

8e duik, Nakari (huisrif), 40 meter, 67 minuten
Cor en ik hebben afgesproken een diepe duik te maken. Over een paar dagen gaan we duiken op Elphinstone Reef, een rif in de open zee waarop gebruikelijk duiken naar veertig meter worden gemaakt om haaien te kunnen zien. Omdat dat toch al een spannende duik belooft te worden, willen we ons nu vast een beetje voorbereiden.
DoktersvisWe zakken af naar een meter of vier en zwemmen vervolgens al het moois voorbij dat we tijdens de afgelopen duiken zo op ons gemakje hebben bewonderd. We hebben nu een ander doel. Om de locatie te bereiken waar we naar veertig meter kunnen zakken, moeten we tien minuten uitzwemmen, en om lucht te sparen en zo min mogelijk stikstof op te bouwen, doen we dat vlak onder het oppervlak. Als we daar zijn waar we willen zijn, geven we elkaar het okay-teken en de duimen gaan omlaag: we gaan afdalen. Op 35 meter stuiten we op de zandbodem die slechts geleidelijk afloopt, maar al gauw geeft de dieptemeter de 40 aan. Cor trekt mijn aandacht: hij schrijft een som in het zand. Mijn denkvermogen blijkt nog nauwelijks door stikstofnarcose aangetast. Ik geef zonder aarzelen het antwoord en schrijf ook nog even mijn achternaam foutloos achterstevoren. 'Heel goed', gebaart Cor, waarop hij weer richting rif wil zwemmen. 'Wacht even, en nu jij!' maak ik duidelijk. Hij begint te schrijven, ik zie hem aarzelen. Twee pogingen mislukken. 'Lukt niet, laat maar. Nu gaan we echt naar boven.' Okay dan, terug maar weer.
Op 35 meter blijven we toch nog even hangen. Op de bodem ligt een ding dat nadere bestudering behoeft. Nooit eerder gezien: een vaalbruine schijf van twintig centimeter doorsnee, met op de bovenkant talloze tentakels. Het heeft iets weg van een anemoon-achtige. Maar als Cor er met zijn ademautomaat wat lucht onder blaast, komt het los van de grond en begint het met samentrekkende bewegingen te zwemmen als een kwal. Onze meters geven aan dat we omhoog moeten als we niet in deco willen komen, dus we stijgen door naar vijftien meter en maken de duik rustig af. Als we weer droog en aangekleed van de namiddagzon zitten te genieten, doen we navraag bij de instructeurs van het kamp, maar die kunnen ook geen bevredigend antwoord geven. Thuis maar eens uitzoeken dan.*

Tracy tekent tijdens de briefing de situatie in het zand18e duik, Sharm Abu Dabab (truckdive), 23 meter, 60 minuten
Tracy is onze gids vandaag. Dat zou zo zijn geweest althans. Haar zeer uitgebreide briefing, waarbij ze een goede plattegrond tekende in het zand, heeft me duidelijk gemaakt dat de groep door een tunnelstelsel geleid gaat worden. Ik weet uit ervaring dat ik het daarvan erg benauwd krijg, dus heb ik om een alternatieve route gevraagd. Menno heeft het dit keer wegens hoofdpijn laten afweten en nu snorkelen Cor en ik met ons tweeën over het rif om verderop aan onze duik te kunnen beginnen.
Het lijkt wel of we de hele stek voor ons tweetjes hebben. Het onderwaterlandschap is grillig van vorm. Pal voor ons rijst er al weer een rifwand op en links en rechts van ons ontdekken we talloze kloven en gaten waar we onze lampen in laten schijnen. Een fikse octopus verschiet een paar keer van kleur voordat hij zich uit de voeten maakt, dieper zijn hol in. Een heel gordijn van fusiliersvissen ontneemt bijna het zonlicht dat door het wateroppervlak schijnt, en dan zien we ineens... een schildpad. Rustig ademen, rustig benaderen, als ik mijn arm uitstrek zou ik hem kunnen aanraken. Hij houdt me goed in de gaten zie ik, deels uit nieuwsgierigheid, deels uit behoedzaamheid. Als hij wil, kan hij met één beweging van zijn krachtige zwempoten ruim buiten mijn bereik kunnen komen, maar blijkbaar vindt hij het gezelschap niet onaangenaam. Maar dan zwemt het dier, achteloos bijna, naar de oppervlakte om zijn voorraad zuurstof aan te vullen. Ik heb even een visioen van mijzelf in het aquarium van mijn eigen roodwangschildpad. Jammer dat Cor juist nu zijn camera niet bij zich heeft.

26e duik, Marsa Abu Dabab (truckdive), 28 meter, 66 minuten
AnemoonvisIk zie Cor zijn automaat uit doen en met zijn hand voor zijn mond een geeuwgebaar maken: 'Jes, ik verveel me te pletter!' Het heet hier dan wel Abu Dabab, maar het ziet er met zijn enorme, ondiepe zandplaat wel heel anders uit dan de gelijknamige Sharm. Bovendien hebben we net de vorige dag spectaculaire duiken gemaakt op Elphinstone. Het varen daar naartoe met de speedboot was al een spektakel, doordat we tegen wind en golfslag in hebben moeten varen. Eenmaal bij het rif moesten we ons, geheel opgetuigd, achterover in het water laten vallen, gelijk zakken in verband met mogelijke stroming (die viel gelukkig mee) en doorzwemmen naar veertig meter. We zijn flink beloond. Haaien, zelfs een hamerhaai, barracuda's, enorme scholen vis en, ook op geringe diepte, koralen met de meest intense kleuren variërend van geel tot rood tot diepdonkerpaars. We hebben onze ogen uitgekeken van begin tot eind.
SepiaEn nu zitten we op een zandplaat waar het maar niet dieper lijkt te worden. Zowel Menno als Cor hebben hun fotocamera bij zich, maar om nou weer een koraalduivel op de plaat te zetten, weer die vlindervissen... Maar nu krijgen we gelukkig toch wat meer meters rif, en ha, clownsvisjes in een anemoon, dat is ook altijd wel leuk. Dan is het is al weer tijd om om te keren. Nou ja, als je zo veel duiken maakt, mag er ook wel eens één zijn die minder bijzonder is. We zijn terug op de zandplaat, vijf meter diepte. En zie hier. Nooit te vroeg klagen! We hangen oog in oog met een heuse sepia die met zijn tentakels voedsel tussen het koraal vandaan aan het peuteren is. Zijn rug kleurt afwisselend licht- en donkerbruin, maar hij laat zich niet door ons verjagen. Ik probeer weer mijn ademhaling te vertragen om de sepia niet te laten schrikken door het lawaai van de bellen, en strek héél langzaam en voorzichtig mijn hand uit. Het duurt zeker een minuut of twee voordat ik met twee vingertoppen heel licht over de gladde rug kan aaien. De zeekat is gestopt met zijn activiteit, maar laat de aanraking toe. Ik zou dit minutenlang kunnen volhouden. We zijn nu echter gespot door andere fotograferende duikers die mij met hun camera bijna wegduwen. Bovendien laat een blik op de meters weten dat we echt weer het land op moeten als we niet een fles vacuüm willen zuigen.
Nog even één blik achterom.

Zwevend boven het zachtkoraal33e duik, Marsa Shagra south (huisrif), 45 meter, 44 minuten
We zijn van huis uit niet van die diepduikers. Maar Cor wilde toch graag nog eens zijn record van 44 meter verbreken en dit is een goed moment. De laatste duikdag. Dus we hebben in alle rust onze set aangesloten en alles nog eens extra goed gecheckt. We gaan dezelfde procedure volgen: uitzwemmen op een meter of vier om dan na ruim tien minuten de diepte in te gaan. We hebben afgesproken naar 45 meter te gaan, en als het goed gaat naar maximaal vijftig. Tijdens het uitzwemmen voelen we al snel dat we een lichte stroming tegen hebben, wat niet zo vreemd is, aangezien het al een paar dagen waait. Maar we hoeven nog geen echte inspanning te leveren, dus we gaan gewoon door. Ineens wijst Cor naar iets achter mij. Ik draai me om. Ja hoor. Een schildpad. Op ons eigen huisrif! Ik vergeet even waar we mee bezig zijn en laat me vertederen door de zwarte ogen in het bewegelijke koppie aan het plompe lichaam dat zich toch zo sierlijk door het water kan bewegen. Maar niet te lang. We gaan. Duimen naar beneden en zakken. Op vijftien meter passeren we een groep duikers, waarvan er één vrolijk achter ons aan komt zwemmen. Die wordt gelukkig al snel teruggeroepen door de gids.
Dan zijn we ineens weer onderaan het rif. De dieptemeter wijst pas 40 aan. We zwemmen uit over het zand. Tot 43 meter gaat het goed. Plotseling merk ik dat we in een onderstroom zijn geraakt. Nog een meter. Nog één. Ik zie het zand onder me wegwaaien en heb niks meer om me op te oriënteren behalve mijn manometer en Cor. En Cor zwemt net te ver om hem aan zijn vin te kunnen trekken. Ik voel paniek opkomen en probeer Cors aandacht te trekken door een gil in mijn automaat. Op dat moment kijkt hij om. 'Omhoog!' gebaar ik. 'Tegen de stroom inzwemmen,' wijst Cor. 'Omhoog, omhoog!' houd ik vol. Met de gedachte aan onze eerste duik naar veertig meter, vermoed ik dat hij wat last van stikstof heeft en toch nog proberen wil dieper te komen. Gelukkig begrijpt hij dat dat van mij echt niet meer hoeft. We gaan stijgen, ondertussen elkaar en onze dieptemeters goed in de gaten houdend. Op twintig meter aangekomen voel ik me weer in veiliger contreien. Op het kompas (jawel, zelfs in helder water komt dat ding nog wel eens van pas!) zwemmen we terug naar het rif, zodat we de duik normaal kunnen afmaken. Langzaamaan zakt mijn hartslag weer tot het juiste tempo en de bibbers in mijn benen verdwijnen ook al weer een beetje.
Terug in de baai merken we dat het zicht is gereduceerd tot één meter en door de stroming moet ik me van de ene naar de andere steen werken om vooruit te komen. Maar we zitten vijf meter diep. En we zijn natuurlijk onze Hollandse duiken nog niet vergeten. Dit voelt goed.

SergeantvissenEen van de divemasters staat klaar om met een groep een duik te gaan maken. Ik laat hem weten dat hij rekening moet houden met slecht zicht en stroming. Hij lacht me uit. Ze gaan te water. En tien minuten later zie ik ze weer terug komen. 'Leuke duik gehad?' vraag ik de divemaster.

Tegen het eind van de middag is de wind sterk afgenomen en er zijn toch al weer mensen die gedoken hebben. Ik vraag me af of ik nog een keer zal gaan. Ik doe het tenslotte wel voor mijn lol. Maar het water trekt en ik besluit dat ik mij ook deze laatste duik hier niet laat ontnemen. Eenmaal onder water blijkt dat alles weer tot rust is gekomen. De golven die breken op het rif wiegen ons zachtjes heen en weer. We komen geen bijzondere dingen tegen, het is eigenlijk een beetje saai. Maar je kunt ook niet alles hebben. Morgen nog een dagje niksen om goed uit te kunnen wasemen. En dan de laatste rit door de woestijn, die ons weer naar het gewone dagelijkse leven gaat brengen.


*Het bleek een mangrovekwal te zijn, met een mooie Engelse benaming ook wel 'upside-down jellyfish' genoemd.