Mexico: de reis
Het werd tijd om naar het verre westen te gaan. En als wij ver gaan, gaan we niet zomaar een weekje. Vier weken hadden we uitgetrokken om een paar duiken te maken voor de kust van Playa del Carmen en Cozumel, misschien een keer een cenote in en verder rondreizen door het schiereiland Yucatan in Mexico. Toen we daar eenmaal waren, is het plan een beetje aangepast (voor zover er een plan was) en zijn we ook naar de provincie Chiapas gereisd en we hebben uiteindelijk wel zes duiken in de cenotes gemaakt. Onvergetelijk en heel bijzonder allemaal. Niet te beschrijven eigenlijk. Maar ik zal een poging doen. Op deze pagina lees je het reisverhaal, de duiken staan onder duikvakanties beschreven. Bekijk ook de reisroute in schema.
Texmex en limoen
Yucatan is zo plat als een dubbeltje. Eigenlijk is het een oud koraalrif, dat in de tijd van de dinosaurussen en daarna boven zeeniveau is komen te liggen. Door regenwater dat door de porieën van de kalkstenen plaat is gesijpeld, is er een heel uitgebreid tunnelsysteem uitgesleten dat inmiddels weer bijna helemaal gevuld is met zoet water. Het hele schiereiland is begroeid met jungle, dat door de samenstelling van de grond niet hoger wordt dan een meter of tien. De weg van het vliegveld van Cancun naar Marikes huis in Chemuyil was lang, recht en saai. Maar deze bijvoeglijke naamwoorden waren absoluut niet van toepassing op de rest van de reis.
We werden opgevangen door Ferry, en maakten kennis met Trish uit Canada, die ons later van alles zou uitgelegd over haar onderzoek naar de stroming van het water in de grotten. Ferry kon ons een duikschool aanbevelen en heeft veel verteld over de Mexicaanse mentaliteit, de menukaart en welke plaatsen we zeker moesten bezoeken. Met de lokale mentaliteit hebben we al heel snel kennis gemaakt. De overburen waren dol op veel bezoek en veel bier en harde muziek (veel texmex, à la Rowwen Hèze) van 7 uur 's ochtends tot 12 uur 's avonds. Dat was even wennen. Wat qua wennen meeviel, doordat we in China al veel pittig eten hadden gegeten, waren de chilies en de chilisausen (zelf toe te voegen). Wel oppassen, het zijn van die lekkere nabranders! En limoen, overal limoen bij, van het voorgerecht tot het nagerecht en het bier, yummie. Ik heb er behoorlijk wat verorberd, ook om het gebrek aan groente te compenseren overigens.
Maya's en hun oude steden
Toen we onze duiken geboekt hadden, hadden we nog wat tijd over om de omgeving te verkennen. Niet ver van Chemuyil ligt de oude Mayastad Cobà. Niet zo bekend als Chichen Itza, dat we later zouden bezoeken, maar bijzonder omdat het in de (lage) jungle ligt, en de grote piramidetempel is met 42 meter 17 meter hoger dan die in Chichen. We hebben in totaal uiteindelijk (slechts!) vier steden bezocht, die allemaal hun eigen charmes hadden. De ruïnes van Palenque liggen voor een deel in
het tropisch regenwoud en in Bonampak is een gebouw met fantastische muurschilderingen. Het idee dat dat zo'n 1500 jaar oud is! Alles is met mensenhanden gebouwd, de tempels zijn precies uitgelijnd op bepaalde sterren in een bepaald jaar met allerlei getallen uit hun kalender er in verwerkt. Belangrijke goden waren die van de regen en van het mais en de priesters/astronomen wisten te vertellen wanneer die het volk goed gezind waren. Of wanneer er offers, menselijke offers gebracht moesten worden.
Als je na een klim naar de top van de tempel bovenaan van het uitzicht zit te genieten en wat achtergrondinformatie zit te lezen, gaat er een wereld voor je open. Dan blijkt dat we heel veel kennis over de Maya's te danken hebben aan een Fransiscaanse broeder uit de 16e eeuw die daar een boek over schreef. Nadat hij eerst opdracht had gegeven de kostbare boeken en beelden van de Maya's te vernietigen. Omdat ze de verbreiding van het Christendom in de weg stonden.
Koloniale steden
De Spaanse veroveraars hebben hun stempel wel gedrukt op het leven in Mexico. Overal zagen we katholieke kerken, zelfs in de kleinste dorpjes. Tijdens een tour naar twee dorpjes buiten San Cristobal vertelde de gids ons wel dat veel Maya gebruiken waren vermengd met de katholieke symbolen en riten.
Het kruis met zijn vier punten vertegenwoordigt ook onder meer de goden van het mais, de onderwereld en nog twee die ik even niet meer weet. En als je een Spaanse heilige verzoekt om je zieke moeder te laten genezen, moet je wel een kip meenemen en cola drinken, zodat je de kwade geesten kunt uitboeren.
Behalve de kerken hebben we meer koloniale bouwstijl bewonderd in San Cristobal, Mérida en Campeche. Straatstenen, veranda's met zuilen, elke gevel een ander kleurtje. En her en der hele hoge stoepranden, om te voorkomen dat het regenwater de huizen inloopt in de regentijd. Drie dagen regen in Cristobal veroorzaakte al een rivier door de hellende straten, dus ik weet niet wat dat in de regenperiode moet worden.
Bouwsels zijn mooi, maar je raakt er op uitgekeken. Wat ons nooit verveelde, waren de mensen. Behalve dan als we voortdurend werden lastiggevallen door verkopers, maar dat was gewoon een kwestie van geduldig nee blijven zeggen. Maar doe ons een markt, en ergens halverwege een kraam waar ze cola verkopen (hét medicijn tegen Montezuma's kwade geest ook), zodat we ongehinderd rustig het dagelijks leven in ons op kunnen nemen. Als we ons reisschema strakker hadden gepland, vaker de nachtbus hadden genomen, en zovoort, dan hadden we Mexico Stad nog wel gehaald, maar we doen liever minder. Zeker de provincie Chiapas is heel erg de moeite waard om wat langer te blijven.
Jungle
Palenque is als stad nauwelijks interessant, maar je kunt er wel makkelijk allerlei interessante plaatsen vandaan bezoeken. Het stikt er dan ook van de hotelletjes en reisbureaus. De ruines van Palenque kun je makkelijk op eigen houtje bereiken, maar een van de mooiste watervallen van Mexico, Agua Azul, ligt wat verder bij de bushalte vandaan. Dus hebben we ons als echte toeristen laten rondrijden. Soms moet je je daar gewoon aan overgeven om iets te zien. De tocht door de jungle was ook georganiseerd.
Palenque ligt aan de rand van de kalkstenen plaat, waar de bergen en de echte jungle beginnen. Tijdens onze zwerftocht door de oude Mayastad kwamen we op een stukje waar ze de bomen niet hadden weggekapt, en toen stonden we oog in oog met met een paar joekels die Cor en ik als we met ons vieren waren misschien net hadden kunnen omarmen. Daar wilden we meer van. Dus na er een nachtje over geslapen te hebben, hebben we ons laten vervoeren naar het Lacandón Forest, vlakbij de grens van Guatemala.
Samen met twee andere meiden maakten we daar in een dorpje kennis met onze gids, die ons 4,5 uur mee ging nemen door zijn regenwoud, over riviertjes en beekjes, langs nog een waterval en nog een oude ruïne. Kayuk, jongen van een jaar of 14, is een van de Lacandón Indianen waarvan wordt gezegd dat zij afstammen van de meest oorspronkelijke Maya's. Er zijn er in ieder geval nog maar een paar die nog in de traditionele mannelijke dracht van lang haar en wijde witte jurken lopen en, zoals we later hoorden, hun oorspronkelijke religie in praktijk brengen.
Na Bolom
De Lacandón Indianen kwamen we ook weer tegen in San Cristobal, in het museum Na Bolom. Na Bolom was het huis van het Deens-Zwitserse echtpaar Blom. Frans Blom (overleden in 1963) was archeoloog en heeft veel van het gebied in kaart gebracht en beschreven en Trudi (1901-1993) heeft een magazijn aan fotomateriaal van de Maya's achtergelaten. Een heel bijzonder museum, met een bijzonder verhaal. Zie ook hun website http://www.nabolom.org. Voor ons was het de laatste dag van de rondreis, voordat we weer naar Chemuyil vertrokken voor nog een paar dagen zon, strand en cenotewater.
***
Praktische tips:
- Yucatan is niet goedkoop. Gemiddeld gaven we 60 USD per dag uit voor ons samen (maar we hebben niet echt zuinig gedaan)
- Je kunt wel bijna overal pinnen 24 uur per dag! De pinautomaat heet ATM en is te vinden bij o.a. de Bancomer en Banamex. Als je travellerscheques wilt inwisselen, doe dat dan direct om 9 uur 's ochtends, anders heb je kans dat je drie (3!) uur in de rij moet staan.
- Als je vegetariër bent, leer dan in ieder geval zoveel Spaans spreken dat je dat uit kunt leggen. Want overal speelt vlees de hoofdrol
- In de langeafstandsbussen staat de airconditioning altijd te koud afgesteld, dus houd lange kleding bij de hand