Menu:

Dit verhaal is geplaatst in Onderwatersport september 2006

Bunaken National Park, macro-paradijs

tekst Jesca Zweijtzer
foto’s Cor Kuyvenhoven

Zodra we de weg vanaf het vliegveld verlaten voor de route die ons naar Bahowo brengt, weet ik gelijk dat we het hier de komende twee weken bijzonder naar ons zin zullen hebben. Al is het alleen maar omdat de omgeving van Manado ons verwelkomt met het prachtigste, uitbundige, tropische groen dat ik in tijden heb gezien. Een vochtige warmte komt ons tegemoet, het ruikt naar natte aarde en bananenbomen. Dat de taxichauffeur om de haverklap zijn stuur moet omgooien om een gat in de weg te vermijden, draagt alleen maar bij aan de vakantievreugde. De gewone dagelijkse beslommeringen liggen inmiddels héél ver achter me.

De gastheer Phil en zijn vrouw Paula verwelkomen ons met onze reisgenoten HES en Willij in hun ‘Bahowo Lodge’, waar we de komende tijd zullen logeren. Het gehucht Bahowo ligt op een steenworp afstand van duikcentrum Thalassa, en is dus een ideale uitvalsbasis voor de duiken die we gaan maken voor de kust van Noord Sulawesi. Het hotelletje dat het Engelse koppel hier heeft laten bouwen heeft niet meer dan vijf kamers (met badkamer) en een grote woonkamer - de sfeer is er heel gemoedelijk en persoonlijk. Van de huiskamer zullen we niet veel gebruik maken, evenmin als van het zwembadje overigens, de meeste tijd zitten we op het overdekte terras dat ‘the bar’ is genoemd. Met uitzicht over het mangrovegebied, dat met hoogwater onderloopt, en waar bij laagwater geregeld varkentjes uit het dorp rondscharrelen.

Dorpsgenoot

Nadat we een beetje van de lange reis zijn bekomen, brengt een van de chauffeurs van de lodge ons naar het duikcentrum. Het tochtje duurt door de hobbelige weg toch nog een kwartier, maar omdat iedereen die we voorbij rijden ons met een grote glimlach en een vrolijk ‘hello!’ begroet, is het beslist een plezierig reisje. We zullen nog veel zwaaien…

Persoonlijke aandacht

Het is inmiddels laat in de middag en als onze duikspullen in kratten zijn overgeladen, gaan de laatste medewerkers van Thalassa ook naar huis. Eigenaresse Simone Gerritsen zelf brieft ons dan over de gang van zaken rond het duiken, de tijdstippen, de omgeving, de mogelijkheden en alles waar we verder rekening mee moeten houden. Ik vraag me af of we er goed aan hebben gedaan slechts twee weken te boeken. Met zo’n zestig duikstekken in de nabije en iets verdere omgeving zullen we voorlopig niet uitgekeken raken.

De MarinaRuim op tijd staan we de volgende ochtend aan het eind van de lange pier, die de duikschool over het mangrovegebied met de ‘Marina’ verbindt. Er liggen drie boten klaar, wij varen met de Thalassa 10 – onze duiksets zijn al voor ons opgetuigd. Buiten ons zijn er nog vier gasten aan boord. Dat houdt in dat er twee duikgidsen meegaan. Bij Thalassa blijkt de persoonlijke aandacht hoog in het vaandel te staan, zonder dat dat betuttelend wordt. We duiken al een aantal jaren en bepalen graag ons eigen tempo. Dat geldt zeker voor Cor, die als onderwaterfotograaf met ruim twaalfhonderd duiken van nature meestal de rol van onderwaterduikleider aanneemt, en het type lens dat hij op zijn camera heeft geschroeft laat bepalen waar hij zijn aandacht gedurende die duik op focust. Het is in het verleden, tijdens duikvakanties elders, weleens voorgekomen dat de ideeën van de duikschool of –gids niet overeenkwamen met onze wensen, waardoor vervelende irritaties ontstonden. Dat is helaas niet altijd te voorkomen. Maar zoals al gauw zal blijken, hoeven we daarvoor dit keer in het geheel niet bang te zijn.

Op zoek naar verrassingen

Het rif afspeurend

Terwijl we het haventje uitvaren, trekken we onze duikpakken vast half aan, zodat we straks snel het water in kunnen springen. Een kwartier later arriveren we op de duikstek bij Bunaken Island, geeft een van de gidsen een korte briefing en helpen de behulpzame bemanningsleden ons in onze duiksets. We rollen achterover het blauwe, warme water in. En bij de afdaling ondertussen mijn buddy’s in de gaten houdend, speur ik het rif af, op zoek naar verrassingen. Het is voor het eerst dat ik in de Indische Oceaan duik, er moet hier veel leven zitten dat ik nog niet eerder heb gezien.

Onze gids Noldi beweegt heel even zijn metalen rammelaar op en neer om onze aandacht te trekken. Dat lukt. We zijn nog maar net vijf minuten onderwater en hij heeft al iets bijzonders ontdekt: een grote citroengele naaktslak, van het type ‘Gardiner’s neon slug’, zoals ik later in een van de fotoboeken van het duikcentrum zie. Een stuk verderop toont hij ons met zijn aanwijsstok een klein krabbetje dat zich in een zwarte veerster verstopt. We passeren een langoest, en een flinke napoleonvis passeert ons. En voortdurend valt mijn oog op zakpijpen in alle soorten en maten, met de prachtigste kleuren. Vooral van de bijna lichtgevende doorzichtig blauwe zakpijpjes, Rhopalaea crassa, kan ik maar geen genoeg krijgen. Hoe kan het zo groeien!

Het uur vliegt voorbij en vol nieuwe indrukken klimmen we weer aan boord. We varen nu eerst terug naar de Marina om een paar gasten op te halen en andere weg te brengen. Cor en ik hebben ingetekend op drie duiken en zullen gewoon aan boord blijven. HES en Willij maken alleen een vroege ochtendduik en een middagduik. De heren rekenen zich niet meer tot de jongsten en hebben de voorkeur voor een ruim oppervlakte-interval tussen de duiken door om zo schoon mogelijk van stikstof aan de volgende duik te beginnen.

Tropisch fruit

Dagelijks varen de boten uit om acht uur, tien uur en twee uur (uiteraard geldt de spreekwoordelijke Indonesische elastieken tijd, wat wil zeggen dat het vaak iets later kan zijn dan gepland) en voor wie wil, ook om zes uur ’s avonds voor een nachtduik. Normaal gesproken kun je vóór de middagduik bij de duikschool van een uitstekend Indonesisch buffet genieten, waar het verse tropische fruit uiteraard niet ontbreekt. Alleen wanneer je op de voorafgaande dag een verder gelegen lokatie hebt geboekt, komt de boot tussen de eerste twee duiken niet terug en wordt een eenvoudige lunch aan boord genuttigd.

DwergzeepaardjeMaar voorlopig blijven we nog even heen en weer varen. Tijdens de meeste duiken bewonderen we vooral het kleine leven. De gids leidt ons van anemoonkrabbetjes via symbiosegrondels en een schichtige harlekijngarnaal naar drie verschillend gekleurde bladvissen en bonte naaktslakken. Maar we komen ook een schildpad tegen, murenes uiteraard, en een schooltje pijlinktvissen. Cor schiet wat af met zijn camera - hij heeft nauwelijks tijd om zelf naar onderwerpen op zoek te gaan, doordat hem voortdurend van alles aangewezen wordt. De jongens van Thalassa weten precies waar ze moeten kijken en waar ze wat kunnen vinden. Zo nu en dan peddelen ze doelbewust ergens op af: dan blijkt er bijvoorbeeld een gorgoon te zijn waar een minuscuul dwergzeepaardje zijn staart omheen heeft geslagen. De argeloze toerist zou daar gewoon aan voorbij zijn gezwommen en dat prachtig gecamoufleerde beestje nooit hebben ontmoet.

Koude rillingen

Maar ook de liefhebber van groter leven kan aan zijn trekken komen, al moet je wel een beetje geluk hebben. Als we naar Barracuda Point varen, verwachten we natuurlijk barracuda’s te zien. Onze gids waarschuwt dat het rif wel ‘een beetje’ kapot is, omdat er nog met dynamiet werd gevist voordat Bunaken National Park beschermd gebied was. Eenmaal onderwater wordt ons al gauw duidelijk dat ‘een beetje’ eigenlijk ‘een boel’ betekent: over dit troosteloze stuk rif moet een bulldozer hebben gereden, zo erg is het beschadigd. En hoe we ook in de verte turen: een witpunt rifhaai zien we wel, maar geen barracuda’s. Er is vandaag geen stroming en dan blijken de barracuda’s hun heil ergens anders te zoeken. We hebben gewoon pech.

Maar geluk hebben we wel bij de volgende locatie! Hoewel ik in het water van 28 graden in mijn 7-millimeter dikke pak duik, krijg ik ineens de koude rillingen. Mijn computer bevestigt mijn vermoeden dat de watertemperatuur ineens een paar graden is gedaald. Op Ron’s Point komen koude en warme stromen bij elkaar en is het water flink in beweging. ‘We make an easy dive’ heeft de gids beloofd (wat niet betekent dat we ooit géén ‘easy dive’ hebben) en we laten ons lekker op de stroming meedrijven. Ineens enthousiast gerammel! Een schildpad! En nog een! Ze zweven traag over het rif heen, de kop van links naar rechts draaiend op zoek naar een lekker hapje. En daar, op slechts een paar meter afstand, een flinke zwartpunt rifhaai. Zijn iets kleinere broertje zwemt met een boogje om ons heen. Terwijl we de roofdieren met onze blik volgen, verschijnen ze in beeld: de barracuda’s, als soldaten in het gelid, met de neuzen allemaal dezelfde kant op. We hebben inmiddels het gevoel dat we echt ogen tekort komen. Maar de stroom drijft ons naar rustiger water en terwijl we haast ongemerkt al in de ondiepte aan onze veiligheidsstop bezig zijn, laten we het grote even voor wat het is en vermaken we ons weer met anemoonvisjes en zand-alen. Voor de lol zwem ik nog eens het hoekje om tegen de stroom in, maar met vinkracht alleen kom ik niet vooruit. Het is maar goed dat de boot ons gevolgd is.

Als engeltje

Halverwege onze vakantie lassen we een dagje bovenwater sight seeing in. Om even ‘uit te gassen’, maar ook om een vluchtige indruk te krijgen van de lokale cultuur. We moeten er nog eens terugkomen zonder duikspullen, heb ik al bedacht. Ik vind het nog net geen kwelling om zo ver te reizen naar een prachtig land en me dan te beperken tot het onderwaterleven, maar een mens kan nu eenmaal niet alles willen. Het is zondag, eerste paasdag, en we hebben een afspraak met James – een werkstudent met rijbewijs die ons in een auto van het duikcentrum iets van de omgeving zal laten zien. We mogen zelf zeggen wat onze wensen zijn. We zien een begraafplaats die tevens als museum dient voor traditionele Minahassa-graven. We wandelen over de markt in Tondano, waar weinig te beleven valt omdat de meeste mensen in dit overwegend christelijke gebied vandaag niet werken. We drinken iets aan de rand van het Tondano-meer en nuttigen een eenvoudige lunch in een restaurantje verderop. En dan komt er een moment dat we onze route niet verder lijken te kunnen vervolgen.

paaskinderenHet is pasen en in Kawankoan viert iedereen dat. Niet met een eenvoudig paasei en een bezoek aan de kerk. Maar met carnavalsoptochten. De doorgaande weg in het dorp is geblokkeerd omdat elke bewoner een rol speelt in de vrolijke viering van het feest van nieuw leven. Als toeschouwer, of als Maria Magdalena. Als Jezus tijdens zijn lijdensweg, als Adam en Eva, of als engeltje. We zijn verzeild geraakt in een speelse samenvatting van de bijbel. We mogen meelopen in de stoet die van de ene naar de andere kerk trekt en worden door de commentator met microfoon zelfs nog als bijzondere gasten genoemd, terwijl we maar toevallig passeerden. We wisselen ontelbare glimlachen uit en schudden heel veel handen. Zo’n vrolijk pasen hebben we nog niet eerder meegemaakt! Dit genoegen heeft zoveel indruk op ons gemaakt dat we de volgende ochtend bij het ontbijt nóg zitten te glimlachen.

Maar dan gaan we toch maar weer ‘gewoon’ duiken…

Zeepaardjes en mandarijnvissen

We hebben ons programma voor de komende dagen samengesteld uit een aantal bijzondere tripjes, naar Poopo en Lembeh Strait om nóg meer bijzonder klein leven te zien en naar Bangka Island om zachte koralen te bewonderen, en een schemerduik op Mandarin Point waar we mandarijnvissen kunnen vinden. Dat betekent dat we straks een aantal dollars moeten bijbetalen, maar het is het meer dan waard.

Poopo is qua landschap allerminst boeiend: zand en zeegras, schrijf ik in mijn logboek. Maar dat betekent wel dat we pijlinktvissen vinden, symbiose keizersgarnalen, een wit hengelaarsvisje van twee centimeter, en zeepaardjes. In de eerste instantie mis je de kleurenpracht van de gebruikelijke koraalriffen. Maar als je je daar eenmaal op hebt ingesteld, realiseer je je dat je ineens oog krijgt voor heel andere dingen. En dat al die kleuren en vormen eigenlijk zo overdadig zijn, dat je het toch niet allemaal in je kunt opnemen, en gewoon zand en gras heel rustgevend zijn. Voor een dagje. De rammelaar van gids Erwin rammelt er niet minder om. Vertel maar wat je graag wilt zien, en hij gaat het voor je zoeken. Een zeepaardje? Hier heb je er vier. Hengelaarsvissen en pygmeezeepaardjes? Naaktslakken? Wacht maar tot je in Lembeh Strait bent…

MandarijnvisOm mandarijnvissen te vinden, moet je een speciale afspraak maken. Deze pitvis-achtigen, met een kleurenpracht die doet denken aan de brokaten gewaden van Chinese mandarijnen uit het oude keizerrijk, zijn schuwe dieren die pas bij schemer uit hun holletjes komen. Bij Bunaken eiland, in een kleine lagune, leven er een aantal in vertakt tafelkoraal. Terwijl de ondergaande zon ons op de Thalassa 10 op zee in romantische sferen brengt, maken we ons klaar om weer het water in te gaan. Op slechts acht meter diepte speurt Erwin voor ons met zijn lamp de koraalformaties af. Cor blijft wat achter om een schooltje kardinaalvisjes te fotograferen. Als de gids na een paar minuten de eerste mandarijnvis spot, zwem ik met een paar krachtige vinslagen naar hem toe, om nog net het visje terug in zijn holletje te zien schieten. Cor is te laat met zijn camera. Datzelfde tafereel herhaalt zich nog een paar keer. Op een gegeven moment probeer ik mijn geluk door voor zo’n verdwijnplaats te blijven wachten tot de vis weer naar buiten durft te komen, maar zijn schuwheid wint het van mijn geduld. Dan vindt Erwin nog een exemplaar en zijn we wel met ons vieren op tijd om mee te kijken. We verdringen ons haast om een glimp van de blauw-groen-oranje schicht op te vangen. Maar dat ben ik al snel zat, dus ik draai me om. Om een paar meter verder drie mandarijnvissen bij elkaar te ontdekken. Een koppeltje blijkbaar, dat maar om elkaar heen aan het draaien is tussen de uitsteeksels van het koraal, en een brutale vrijgezel, die helemaal naar buiten durft te zwemmen. Ik hou dit schouwspel egoïstisch een paar minuten voor mezelf. Heel bewegelijk zijn ze, maar ze hebben maar een klein territorium dat ze niet graag verlaten. Ik kan ze dus goed volgen en zie hoe het stelletje bij het, haast sprongsgewijs, rondzwemmen steeds even lekker tegen elkaar aanschurkt. Lief hoor.

Dan sein ik Cor met mijn lamp dat ik zijn modellen gevonden heb, en maak plaats voor de fotosessie.

 


Bunaken Nationaal Onderwater Park is een officieel erkend en beschermd natuurreservaat. Het beslaat bijna 80.000 hektare aan land- en zeeoppervlakte. Het zuidelijke deel bestaat voornamelijk uit kustgebied, het noordelijke deel heeft, naast kustgebied, ook nog vijf eilanden binnen de grenzen: Bunaken (waar het hele park ook naar is vernoemd), Siladen, Manado Tua, Mantehage en Nain. In het park wonen een kleine 22.000 mensen in ongeveer 30 dorpen (kampungs). De belangrijkste bronnen van inkomsten zijn landbouw en visserij.
Egelvis De zeetuinen van het in 1991 opgerichte natuurreservaat genieten sinds 1982 al enige bescherming. Pas vanaf 1998 begon die bescherming echt vruchten af te werpen. In 2003 ontving Bunaken Marine Park van British Airways de "Tourism for Tomorrow" prijs voor hun verantwoorde aanpak van de ontwikkeling van de toeristenindustrie. Maar er valt nog wel veel te verbeteren: er wordt nog steeds veel illegaal gevist en ook in de duikindustrie overtreedt men nog steeds weleens richtlijnen. Desondanks behoort het Bunaken park momenteel tot een van de mooiste duikgebieden ter wereld. Met helder, blauw en warm water, spektaculaire wanden, een enorme diversiteit aan koralen, vissen (groot en klein), en als je geluk hebt, kun je ook dolfijnen en walvissen ontmoeten. Veel duikplaatsen zijn ook geschikt om te snorkelen, dus wie niet duikt, maar wel van het onderwaterleven op geringe diepte wil genieten, komt ook goed aan zijn trekken. De beste tijd om er te duiken ligt tussen april en september. Van december tot februari zijn de duikcondities vanwege regen en moessonwinden slecht.



Meer informatie over Thalassa Dive Center is te vinden op de website www.thalassa.net. Bahowo Lodge heeft ook een eigen site: www.bahowolodge.com.